Describing Objects
Instructions:
Describe the objects you learned about in this lesson. Use both positive and negative characteristics to explain what they are like. Ex. There are five buildings. Two buildings are green. Three buildings are not green. They are black.
Dutch Writing Exercise
Goed gedaan, maar enkele fouten:
Er zijn drei drie gebouwen. Twee zijn blauwe en één is rode rood. Er zijn vijf vrouwen. Twee zijn jonge en drei drie zijn oud. De man heeft een taart. Er staan twaalf kaarsen op de taart.
Hallo Humberto,
Heel goed gedaan. Maar zie de opmerkingen van Wil.
Anja