Professions
Instructions:
Describe the professions of four people: a woman, a man, you and me. Use both positive and negative sentences. Ex. I am a student. The man is a doctor; he is not a teacher.
Dutch Writing Exercise (All Levels)
|
| Average Rating: |
Please Login to Review this SubmissionLogin |
Het De vrouw is geen verpleegster. Zij is a een monteur.
Hij is een leraar. Hij is geen arts.
Zij is secretaresse. Zij is geen kok.
Jij bent geen zanger. Jij bent een politieagent.
Ik wan was een acteur. Maar nu werk ik bij ik ben een toeristische hulp lijn.
Heel goed! Almost perfect, little points are: De vrouw is geen verpleegster. Zij is een monteur. Ik was een acteur. Maar nu beik een een toeristische hulplijn.
Well done - no additional comments