What are people going to do?
Instructions:
Using both positive and negative characteristics, describe what six people are going to do and what they are doing: a woman, a man, a girl, a boy, you and me. Ex. The man is going to buy a car. The woman is not buying flowers.
ANA's submission: |
Average Rating:
|
De vrouw gaat haar kamer schoon. Ze is niet van plan om te koken. De man gaat kopen wat bloemen. De vrouw gaat een auto kopen. De man koopt geen bloemen. Hij is niet van plan om ze te verkopen. Het meisje gaat het lezen van de krant. Ze is niet van plan te doen haar huiswerk. De jongen gaat naar tv kijken. Hij is niet gaan slapen. U gaat spelen voetbal. U bent niet gaan zwemmen. Ik ga aan het werk. Ik ga niet te lopen.
Submitted over a year ago
Hey Ana,
Very good what you did!!My English is not very well, so I hope you understand this. Maybe you can help me with my English?? Maybe you have an example or something like that for me??
This is how we say or write your text in Dutch:
De vrouw gaat haar kamer schoon maken. Ze is niet van plan om te koken. De man gaat een paar bloemen kopen. De vrouw gaat een auto kopen. De man koopt geen bloemen. Hij is niet van plan om ze te verkopen. Het meisje gaat de krant lezen. Ze is niet van plan om haar huiswerk te doen. De jongen gaat naar tv kijken. Hij is niet gaan slapen. Hij gaat voetbal spelen. Hij is niet gaan zwemmen. Ik ga aan het werk. Ik ga niet te lopen.
Well done!!