Dutch Writing Exercise
Describing People and Objects
Describe people and objects, including both singular and plural forms. Use both positive and negative statements. Ex. We are women. We are not men. This is a gold coin. These are not yellow flowers.
Dit huizen zijn blauw. Ik ben een man met zilveren munt. Dit bloemen zijn rood. De vrouw heeft een paars huizen. Ik ben een man rijk met een zwarten auto. Mijn auto is niet wit. Wij zijn meisjes en zij zijn jongens. Mijn portemonnee is niet wit, hij is geel.
Submitted: 2009-11-11 21:59:35
Reviews
More Submissions by PH More
-
Going on Vacation -
Mein Urlaub? Ich mag...
1 comment Posted:2010-03-09 02:24:21 -
How many objects? -
4 comments Posted:2010-02-03 00:57:39 -
When and where? -
3 comments Posted:2010-02-03 00:52:40 -
Professions -
2 comments Posted:2010-02-02 01:34:07 -
Professions -
Io sono un studente ...
2 comments Posted:2010-02-02 01:31:53
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
New to Livemocha?
Register for free and start learning a new language online today!
Register for free and start learning a new language online today!
Plus Courses
-
Spanish Plus Learn Spanish with fun lessons, mp3 downloads, live Spanish tutors, and tutors reviews.
Learn More » -
French Plus
Learn French with fun lessons, mp3 downloads, live French tutors, and tutors reviews.
Learn More » -
English Plus Learn English with fun lessons, mp3 downloads, and tutors reviews.
Learn More »
Other Members' Submissions


Deze huizen zijn blauw. Ik ben een man met een zilveren munt. Deze bloemen zijn rood. De vrouw heeft een paarse huizen. Ik ben een rijke man met een zwarten auto. Mijn auto is niet wit. Wij zijn meisjes en zij zijn jongens. Mijn portemonnee is niet wit, hij is geel.
Well done!
Deze huizen zijn blauw. Ik ben een man met een zilveren munt. Deze bloemen zijn rood. De vrouw heeft een paars huis. Ik ben een rijke man met een zwarte auto. Mijn auto is niet wit. Wij zijn meisjes en zij zijn jongens. Mijn portemonnee is niet wit, hij is geel
Nice work!
/ dit = singular ; deze = plural /
Deze huizen zijn blauw. Ik ben een man met ........... (you wrote: I am a man with silber coin)(strange phrase!) Deze bloemen zijn rood. De vrouw heeft een paars huis. (one house) OR: paarse huizen (more than one house) Ik ben een man met een zwarte auto.